|
Logopedisten wijzen op gevaar van verkeerd voeden
“Wil je weten waarom ik zo moeilijk doe?”, vraagt logopediste Femke van de Pas als ze voorlichting geeft over eten. Ze daagt de hoofdredacteur van Markant uit om een maaltijd te komen begeleiden.
Onderstaand artikel, geschreven door Johan de Koning, is overgenomen uit Markant, maandblad voor de gehandicaptensector, nummer 1, februari 2006 (zie ook www.tijdschriftmarkant.nl).
“Ach, dat eten”, schreef ik onlangs in een commentaar. De aanleiding was het idee om studenten als proeve van bekwaamheid een maaltijd te laten begeleiden. Laat ze toch liever een cliënt helpen bij het nemen van een bad, vond ik, want daar gebeuren steeds dodelijke ongelukken bij. Daar was Femke van de Pas het niet mee eens. Ze is logopediste bij Amarant in Tilburg. Verkeerd voeden kan volgens haar, net als verkeerd baden, tot dodelijke gevolgen leiden. Ze daagde me in een ingezonden brief uit om eens een maaltijd te komen begeleiden. Dat leek me een aanbod waartegen je geen nee kunt zeggen.
Mensen met ernstige meervoudige beperkingen verslikken zich vaak, legt ze me, samen met haar collega Greet Hesemans, vooraf uit. Soms wel tien keer per maaltijd. Dat is niet alleen vervelend, het kan ook tot gevolg hebben dat de cliënt te weinig voeding binnenkrijgt. En als door het verslikken voeding in de longblaasjes terechtkomt, kan dat leiden tot aspiratiepneunomie, een vorm van longontsteking. Hoe vaak dat voorkomt, kunnen Van de Pas en Hesemans niet zeggen, maar dat het voorkomt is zeker. Ze worden er soms op gewezen door avg’s (artsen verstandelijk gehandicapten). Het lastige is dat het verslikken vrij stil kan verlopen. “Dan hoor je na een paar weken die longen pruttelen”, zegt Van de Pas.
Blinddoek
Daarom besteden de twee logopedisten binnen Amarant veel aandacht aan voorlichting. De mond is een complex motorisch systeem, vertelt Hesemans. “Kijk maar eens wat er precies gebeurt als je een bekertje koffie aan je mond zet”. Als het in de mond brengen van voedsel problemen oplevert, adviseren zij over aanpassingen. Een tuitbeker is zelden een ideale oplossing. Die komt slechts in aanmerking als een cliënt alleen liggend op de zij kan eten. De lipsluiting rond een Heidibeker, die een brede opstaande rand heeft, is veel beter. En als iemand zijn hoofd tijdens het drinken beter niet naar achteren kan houden, is een Doidycup een goede oplossing. Die heeft een schuin afgesneden rand. Van de Pas heeft deelnemers tijdens een voorlichting wel eens gevraagd zonder kauwen een spekkie door de slikken, of elkaar te voeren terwijl degene die gevoerd wordt een blinddoek om heeft. “Dat maakt ze heel bewust van het belang van wat ze zelf doen. Wil je weten waarom ik zo moeilijk doe?, vraag ik wel eens. Het gaat om mensen voor wie lichaamsgebonden activiteiten erg belangrijk zijn. De waarde van samen eten wordt onderschat. Samen aan tafel zitten, een moment van rust hebben, smaakjes in de mond proeven dat moet dan niet gevaarlijk worden.”
Chili con carne
We gaan naar Veersestraat 3, op het instellingsterrein. Daar woont een groep ernstig meervoudig gehandicapte vrouwen. Bij binnenkomst zitten de bewoners rond een gedekte tafel. De meeste zijn al wat ouder, boven de vijfenveertig, maar er is ook een meisje of jonge vrouw van zestien. Alle vrouwen zijn blind of slechtziend. De verlichting is sfeervol en er staat zachte muziek aan. Begeleidster Tinie Verbraak, die samen met Anny Wouters op de groep aanwezig is, begint met het voeden van een vrouw die doof en blind is.
In deze groep wordt geen gebruik gemaakt van de succesvolle Maaltijdpuzzel, die Amarant heeft ontwikkeld om cliënten een maaltijd naar hun eigen keuze samen te stellen. Daarvoor zijn de visuele beperkingen te groot en is het verstandelijk niveau helaas te laag. Iedereen eet chili con carne met aardappelpuree, met uitzondering van twee cliënten die sondevoeding krijgen, maar wel aan tafel zitten om van de geuren en het gezelschap te genieten. Eén bewoonster zit apart in de keuken, zij krijgt straks. Een oudere dementerende vrouw kan zelf eten, vanaf een bord, ook al moppert ze af en toe zachtjes. Anderen worden om de beurt gevoerd vanaf een plateau, soms met speciaal bestek, zoals een platte lepel die gemakkelijk afhapt. Het meest opvallend is de rust waarin dit gezelschap rond de tafel is verenigd.
Lepel suiker
Die rust is het gevolg van weloverwogen beslissingen, legt Verbraak uit. “Je moet alles afstemmen, anders krijg je één grote gilpartij”. Lege borden blijven bijvoorbeeld op tafel staan. Onnodig heen-en-weergeloop door overijverige begeleidsters wordt hier niet gewaardeerd. “Verzorgenden willen vaak werken, werken, werken”, verzucht ze. “Maar zodra je gaat opruimen denken de cliënten dat de maaltijd voorbij is.” Medicijnen die na de maaltijd moeten worden ingenomen, liggen allemaal al klaar op tafel. Allerlei speciale handelingen en rituelen maken de cliënten duidelijk wat de volgende stap is. Bij een doofblinde vrouw wordt eerst op het blad getikt voor de eerste hap gegeven wordt. De vrouw in de keuken weet dat ze eten krijgt zodra ze wordt gehaald.
Nu ik. Mijn taak is Kim Beerens, de jongste bewoonster, een banaan te helpen eten. Haar groei is een tijdje te langzaam gegaan, doordat ze te weinig at. Nu krijgt ze merendeels sondevoeding en ziet er weer stevig uit. Ze zit in een rolstoel, heeft stijl zwart haar en vrolijke donkere ogen. Tussen de middag eet ze soms ook een boterham die stukje voor stukje in haar wangzak wordt gelegd en nu dus een banaan. Ik prak er een flinke lepel suiker door en zeg af en toe alvast iets tegen haar.
Spasmen
De begeleidster vraagt om een liedje te zingen terwijl ik Kim haar slabber voordoe. ‘Smakelijk eten’ heet dat liedje en gelukkig ken ik het. In het begin geef ik in rustig tempo kleine hapjes die naar binnen gaan en vaak ook weer naar buiten. Nou ja, dan nog maar eens proberen. Tot het tempo goed op gang komt en ik halve lepels kan gaan geven. Bij iedere lepel zeg ik dat hij eraan komt. Met mijn vrije hand ondersteun ik Kim’s hoofd, dat best zwaar is. Af en toe heeft ze last van spasmen in haar mond. Ik krijg instructie om de lepel er dan vooral niet uit te wrikken, want dat gaat ten koste van haar gebit. De bodem van het schaaltje komt in zicht en als Kim klaar is geef ik haar een compliment dat ze met een gulle lach in ontvangst neemt.
Ik heb het goed gedaan, zegt Verbraak, in kalm tempo en met een rustige stem. Of het anders is dan ik had verwacht, vraagt Van de Pas. Eigenlijk niet, antwoord ik eigenwijs. Ik bedoel, alles maakt hier een heel gewone indruk. Maar dat voor elkaar krijgen, daarin zit dus juist de kneep.
|
|
|