‘Regeerakkoord brengt geloof in betere samenleving terug’

Betrokkenheid, solidariteit en gemeenschapszin. Het mag weer, volgens het regeerakkoord dat vorige maand door de coalitiepartijen is opgesteld. Sociale samenhang is een van de zes pijlers van het akkoord. Zorg + Welzijn tekent de reacties op van het maatschappelijke veld, dat met de plannen aan het werk kan.

Door Carolien Stam en Saskia  Klaassen - Het regeerakkoord doet een beroep op het maatschappelijke middenveld. Op het gebied van integratie van migranten, bescherming van en zorg voor kinderen en jeugd, en betere en kleinschaligere zorg voor ouderen.

Er komt een uitgebreid ‘deltaplan inburgering’, waarvoor de gemeenten extra geld krijgen. Het nieuwe kabinet wil afspraken maken met werkgevers- en werknemersorganisaties over nieuwe ‘participatiebanen’, die mensen die op afstand van de arbeidsmarkt staan weer aan een baan moeten helpen.

Er wordt gekozen voor het voeren van ‘gezinsvriendelijk beleid’, te beginnen met de opvoedingsondersteuning van ouders en hulp aan kinderen. De Centra voor Jeugd en Gezin zullen de spil vormen voor eerstelijns ondersteuning.

Een belangrijk thema in het nieuwe regeringsbeleid is de aanpak van achterstandswijken en de verbetering van de buurt. ‘De kwaliteit van de leefomgeving bepaalt vaak de wijze waarop we in de samenleving staan,’ stelt het regeerakkoord.

Er is dus werk aan de winkel voor jeugdzorginstellingen, welzijnsorganisaties die in de wijk werken en woningcorporaties die ‘niet vrijblijvende’ afspraken moeten maken over investeringen in goedkope woningen en sociale voorzieningen in de wijk. Ook de gemeenten hebben genoeg te doen. Zij krijgen een belangrijke regierol in de uitvoering van de wijkaanpak, de zorg voor de jeugd, het armoedebeleid en de integratie van minderheden.

‘Het geloof in een betere samenleving is terug’
Ria Wijnen, Lector gerontologie aan Avans Hogescholen: ‘We zijn zó in onze eigen huizen gaan leven, dat we niet meer zien wat daarbuiten gebeurt. Dat mensen op zichzelf zijn, dat de samenleving is geïndividualiseerd, is positief. Daar moet je, denk ik, je programma als welzijnswerker ook op aanpassen.'

'Het welzijnswerk ondersteunt de bewoners om op hún manier te leven, kleinschalig en praktisch. Dat moet mensen geleerd worden. Sociale cohesie is voor iedereen anders. In een buurt met jonge gezinnen zijn andere voorzieningen nodig dan in een achterstandswijk met veel allochtone ouderen.’

‘Ouderen worden slechts op drie pagina’s van het regeerakkoord genoemd. Dat is niet veel, maar ik merk op dat de vergrijzing dus geen probleem meer is voor dit kabinet. Dat is een trendbreuk. Natuurlijk ben ik blij dat de nadruk ligt op kleinschalige zorgvoorzieningen.'

'Als je kijkt naar bestaande projecten voor dementerenden, blijkt dat bewoners zich daar veel beter voelen en minder medicatie nodig hebben. Kleinschalige zorgvoorzieningen schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond. We moeten wel bepalen of we dat ook willen betalen, want kleinschalig wonen kost nu eenmaal meer geld.’

‘Dit regeerakkoord heeft bij mensen het geloof in een betere samenleving aangewakkerd. Dat kan een ‘selffulfilling prophecy’ worden. Overtuiging is belangrijk om daadwerkelijk iets te kunnen veranderen. Dat mensen denken: “Ik trek nu de gordijnen dicht, maar morgen gaan ze weer open en kijk ik naar buiten of ik iets voor mijn buren kan doen”.’

Lees ook: Ria Wijnen, de nieuwe lector Gerontologie in Breda: ‘Tussen zorg en welzijn is bijna niets opgebouwd’ (Zorg + Welzijn Magazine, 9 maart 2005)

Het gehele artikel is te lezen in Zorg + Welzijn Magazine 3, maart 2007. Drie maanden na publicatie wordt het op de website geplaatst.