Terugdringen van vrijheidsbeperkingen

Momenteel is er veel aandacht voor het terugdringen van vrijheidsbeperkingen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft afspraken gemaakt met (de koepel van) alle instellingen in Nederland om in de jaren tot 2012 het aantal vrijheidsbeperkingen aanzienlijk te verminderen. Ook Amarant doet daar aan mee.

Welke maatregelen zijn inmiddels genomen?

  1. Bewustwording en kennis over ‘vrijheidsbeperkende maatregelen’ vergroten.
    Wat zijn vrijheidsbeperkende maatregelen? Een aantal vrijheidsbeperkende maatregelen staat beschreven in de wet BOPZ. In die wet staan ook een aantal gedragsregels over hoe om te gaan met het toepassen van deze maatregelen.
    Het gaat om de volgende maatregelen: fixatie, afzondering, separatie, het onvrijwillig toedienen van voedsel en vocht en het onvrijwillig toedienen van medicatie (de zogenaamde M&M maatregelen). Binnen Amarant is er een uitgebreid beleid over het toepassen van deze maatregelen en er is een meldingsprocedure. Het beleid is vastgelegd in regelingen en protocollen.

    Maar vrijheidsbeperkingen zijn ook ruimer op te vatten. Bijvoorbeeld beperkingen op het gebied van roken, drinken, naar buiten gaan, gebruik van mobiele telefoon of internet, enzovoort. Dit kunnen zowel gezamenlijke afspraken zijn (huisregels) als individuele afspraken (persoonlijk plan).

  2. Het opstellen en bespreken van ‘huisregels’ zoveel mogelijk in overleg met cliënten.
    Huisregels zijn nodig om een ‘geregeld huishouden’  te kunnen voeren. Maar ze moeten alleen regels bevatten die hiervoor noodzakelijk zijn en niet allerlei andere vrijheidsbeperkingen bevatten. Door bewust om te gaan met huisregels en ze structureel waar mogelijk te bespreken met cliënten wordt gestreefd naar zo min mogelijk beperking en een zo groot mogelijke inbreng van cliënten op het vormgeven van hun eigen leven.
     
  3. Terugdringen van het gebruik van ‘Bratex banden’(vroeger  ‘Zweedse banden’).
    Fixeren door het gebruik van een ‘band’ is afgebouwd. Waar omwille van veiligheid op bepaalde momenten  fixatie nog nodig is, worden per betrokken cliënt gekeken afspraken gemaakt over toezicht. Tegelijk wordt gekeken wat er nodig is om het gebruik af te bouwen. Een plan van aanpak daarvoor wordt opgesteld door de gedragskundige c.q coördinerend behandelaar in overleg met persoonlijk begeleider en wettelijk vertegenwoordiger.

  4. Terugdringen van het gebruik van ‘gedragsregulerende medicatie’.
    Ook het gebruik van medicatie om het gedrag van cliënten zo te beïnvloeden dat zij rustiger blijven, wordt opgevat als een vrijheidbeperkende maatregel.  Om verantwoord en gericht waar mogelijk te werken aan het verminderen van medicatie ligt het initiatief de AVG arts. Individueel zal worden gekeken of en hoe medicatie kan worden afgebouwd. Uiteraard in overleg met de gedragskundige, de persoonlijk begeleider en wettelijk vertegenwoordiger, onder verantwoordelijkheid van de arts.

  5. Terugdringen van andere middelen en maatregelen (M&M)
    Voor andere middelen en maatregelen worden de jaarlijkse persoonlijk plan evaluaties gebruikt om te kijken of de ingepaste maatregelen afgebouwd kunnen worden  en vervangen door mindere ingrijpende/alternatieve maatregelen. Bijvoorbeeld veilig maken van de omgeving, bieden van passende dagbesteding, toepassen domotica, aanpassen kleding of schoeisel enzovoorts. 

Vrijheidsbeperking is altijd de laatste optie. Voordat ertoe overgegaan wordt, worden minder ingrijpende maatregelen overwogen of toegepast.
Bij het verminderen van vrijheidsbeperkende maatregelen worden risico’s en effecten in multidisciplinair verband gewogen. Op persoonlijk plan niveau worden ondersteuningsdoelen en  -acties daarop aangepast.

Op de hierboven beschreven manieren streeft Amarant naar een wijze van ondersteunen van cliënten, die zo veel mogelijk ruimte geeft aan cliënten bij de regie over hun eigen leven. En dat in een omgeving die ruimte geeft en zo min mogelijk de vrijheid beperkt.